Valencia, meer dan Calatrava

De jachthaven van Valencia aan de Spaanse Costa del Azahar aan de Middellandse Zee en aan de rivier de Turia positioneer zich als de nieuwe ‘place to be’ aan de Spaanse kust. Als tweede grootste Spaanse stad vergelijkt zij zich graag met andere plezierhavens langs de Middellandse zee en die vergelijking valt steevast in haar voordeel uit. Dat beweren althans German Gil Rodrigo en Manoel Michel, het dynamische duo dat ‘La Marina de Valencia’ op de kaart zette.

Foto links: Het Operagebouw van architect Santiago Calatrava met zwevend dak.

Alles begon in 2007, iets meer dan 10 jaar geleden dus, met de toewijzing van de America’s Cup. De 33ste editie van deze oudste zeilwedstrijd ter wereld bracht internationale teams naar de haven en die aarzelden niet en pootten er loodsen en gebouwen neer om hun activiteiten in onder te brengen. Allinghi, Oracle, Banque Populaire, een paar van de toenmalige deelnemers zagen niet op een paar vierkante meter bij de uitbouw van hun infrastructuur langs de kade. Meteen werd ook de haven van Valencia volledig vernieuwd en verbouwd tot de moderne Port America’s Cup. Middelpunt van de nieuwe haven is het strak vormgegeven ‘Veles e Vents’ (Zeilen en Wind), een 25 meter hoog minimalistisch gebouw van de hand van de architecten Chipperfield en Vázquez, met kenmerkende witte platforms van waar je een leuk uitzicht hebt op de haven. Liefhebbers van de autosport zullen het gebouw herkennen als ankerpunt van de Formule 1 races die om de zoveel jaar op het circuit van Valencia worden gehouden.

JACHTHAVEN IN DE STAD

In het havencomplex zijn verschillende trendy bars en restaurants gevestigd en langs de nabijgelegen Paseo Neptuno langs Playa Las Arenas vind je tal van Spaanse visrestaurants. ,,Dat is de sterkte van onze plezierhaven,” benadrukt havendirecteur Rodrigo, ,,onze gasten meren aan in het hart van de stad. Het historisch centrum, de wandel- en sporttuinen aangelegd in wat ooit de bedding van de rivier Turia was, alles bevindt zich op wandelafstand van de haven. En Valencia wordt nog niet onder de voet gelopen door toeristen. De mensen en de prijzen zijn hier uitzonderlijk vriendelijk. De zeil- en motorjachten meren hier aan voor een dag, ze komen terug en blijven een week, een maand, een jaar…”
Intussen heeft technisch directeur Manoel Michel er de prijslijst van de ligplaatsen bij gehaald om ons te overtuigen van hun gunstige prijs. Het eerste wat opvalt is dat geen hoog- of laagseizoen prijzen worden gehanteerd. Zou het hier altijd zomer zijn?

Geen seizoenskortingen, zou het hier altijd zomer zijn?

Er worden fikse kortingen verleend voor wie langer blijft, op jaarbasis bedraagt de korting 40 procent in vergelijking met de prijs per maand. Reken toch nog op om en bij de 3.000 euro per jaar voor een 10 meter jacht. Daar komt nog het water en elektriciteitsverbruik bij. Maar dat zou tot de helft minder zijn dan de prijzen die op de Balearische eilanden Mallorca of Menorca worden aangerekend, aldus onze gesprekspartners.


Manoel heeft er alle vertrouwen in. ,,Wij zijn een plezierhaven onder beheer van de stad Valencia en hebben dus geen private aandeelhouders. Wel trachten wij bij te dragen aan de economische groei van de regio. Zo liggen er nog kansen voor een service bedrijf en een werf voor herstellingen in onze haven”, aldus Rodrigo en Manoel. ,,Met onze ligging op 90 mijl van de Balearen hebben we een interessant vaargebied. Daarnaast is de luchthaven van Valencia, die naast reguliere ook meerdere vluchten per dag van lage kostenmaatschappijen ontvangt, op 15 minuten met de taxi en minder dan een half uur metro of bus gelegen.” En wat had u gedacht, er zijn inderdaad nog ligplaatsen beschikbaar, maar toch, zo’n 85 procent van de capaciteit van 800 boten is ingevuld..

Lonen de toeristische aspecten die de ‘Marina de Valencia‘ uitspeelt, inderdaad de moeite? We wandelen naar het onvermijdelijke project van de hand van de Valenciaanse architect Santiago Calatrava, de ‘Ciudad de las Artes y las Ciencias’ of de ‘Stad van Kunsten en Wetenschappen’. In de futuristische stad is een bioscoop, een wetenschappelijk museum, een opera, restaurants en een agora; de ontmoetingsplaats voor verschillende activiteiten tot zelfs ‘Stand Up Paddeling’ toe. Maar Valencia biedt meer dan de architecturale hoogstandjes van Calatrava, veel meer.

Witte dolfijn in het Oceanografisch Aquarium.

Het Oceanografisch Aquarium, dat aansluit op de ‘Stad van Kunsten en Wetenschap’ is het grootste aquarium van Europa met een oppervlakte van 110.000 vierkante meter. Het gebouw heeft de vorm van een waterlelie en er leven circa 500 verschillende soorten zeedieren, er zijn onder andere pinguïns, haaien, witte dolfijnen en zeesterren te zien.
Het menselijk lichaam speelt vaak een rol bij de ontwerpen van Santiago Calatrava’s bouwwerken. Hij maakt veel gebruik van organische vormen en sommige onderdelen van gebouwen kunnen daadwerkelijk bewegen. Zo doet zijn ‘Hemisfeer’ denken aan het menselijk oog dat met een beetje fantasie knipoogt bij zonsondergang.
Santiago Calatrava is in ons land ook bekend als de architect van het station Saint-Guillemins in Luik. Gemaakt van staal, glas, wit beton en Belgische blauwe hardsteen en met de kenmerkende organische vormen van Calatrava. Maar even kenmerkend zijn de gigantische budget overschrijdingen waar deze Valenciaan ook vermaard om is.

BEDDING TURIA RIVIER

We wandelen langs de drooggelegde bedding van de Turia rivier naar het centrum van de oude stad. Dit is echt een groene levensader van de stad geworden, een groene long, afgesloten voor het verkeer en voorzien van tal van sportinstallaties. Op sommige momenten lijken de paden wel op een ‘fietsostrade’ een snelweg die de fietsers moeten delen met joggers en wandelaars. Langs deze weg treffen we een ietwat aparte ‘speeltuin’ aan. Hij lijkt op een pleintje met kinderspeeltuigen, maar bij nader toezien zijn de toestellen niet bedoeld voor kinderen, maar voor bejaarden. Actieve senioren wel te verstaan, de toestellen zijn speciaal ontworpen om stram wordende lichaamsdelen te trainen. Maar het dient gezegd, er staat geen bordje ‘verboden voor kinderen’ zodat de plaats gefrequenteerd wordt door jongeren en oudere jongeren van 7 tot 77 jaar. En het mag een geruststelling zijn, ‘hang’-bejaarden vallen er niet te bespeuren.

Noordstation Valencia met arend als symbool voor snelheid.

Van het station van Valencia heeft de beroemde stadsarchitect gelukkig de handen af gehouden. Station València-Nord is het belangrijkste spoorwegstation van de stad en hoewel de naam anders doet vermoeden ligt het station ten zuiden van het stadscentrum. Pal naast de hoofdingang ligt de stierenvechtarena. Die is nog steeds in al haar gruwel actief met als zwak excuus dat de toeristen verzot zijn op het soort spektakel dat er gebracht wordt.

Het treinstation heeft een bijzonder interieur en exterieur. In de façade zijn bloemen, sinaasappels en oranjebloesem als decoratieve elementen verwerkt. Boven op het treinstation staat een arend, als symbool voor de snelheid. Dit station werd gebouwd in 1851 maar kreeg tussen 1907 en 1917 een grondige remake. Dat was de bloeiperiode van de art nouveau of jugendstil en deze kunststijl weerspiegelt zich het prachtige interieur gevormd door een combinatie van hout, glas, marmer, metaal en keramiek. Opvallend zijn de ‘trencadis’, een lokale mozaïekstijl, die de pilaren en delen van het plafond versieren. Op de wanden vind je is in vele talen ‘goede reis’ geschreven.

‘Goede reis’ in vele talen terug te vinden in het schitterend art nouveau interieur van het Noordstation van Valencia.

In het katholieke Spanje kan je niet aan de kerkgebouwen voorbij. La Catedral de Valencia is in de loop van haar geschiedenis alles behalve eenkennig geweest.
De fundamenten van deze kathedraal gaan terug tot de zesde eeuw na Christus. Zo zijn er nog een kleine kapel en baptisterium (doopkapel) te vinden uit die tijd. In de achtste eeuw na Christus stond er op de plek van de huidige kerk een grote moskee, de moskee van Balansiya. In 1238 ontstond het plan om van de moskee weer een kathedraal te maken. Niet toevallig was dit het tijdstip waarop koning Jaime I de Moren versloeg. In 1262 werd de eerste steen van de huidige kathedraal gelegd. De kathedraal is gebouwd in een Latijns kruisachtige vorm. In 1300 werd de gotische deur toegevoegd en vijftig jaar later de koepel. Eind 14de eeuw begon de bouw van de klokkentoren, El Micalet, en in 1425 was deze afgerond. Die kan je vandaag beklimmen, na 207 treden sta je 51 meter hoog en geniet je van een prachtig panorama over de stad.
Het is duidelijk dat Valencia meer dan een flitsbezoek verdiend. We lopen nog doorheen de ‘Mercado Central’ een overdekt gebouw opgetrokken uit ijzer, glas en keramiek. Het hoogste punt is 30 meter en biedt onderdak aan 959 kraampjes. Neen, die hebben we niet geteld maar je vind er wel een overvloed

La Catedral de Valencia is in de loop van haar geschiedenis alles behalve eenkennig geweest.

aan verse groenten en fruit, vlees, vis, brood en delicatessen. Hespen bijvoorbeeld. Het is een markt waar de lokale bevolking haar inkopen doet, maar waar toeristen zich ook verdringen. Blijkbaar zijn een aantal standhouders daar niet bijster gelukkig om. Bij de meeste visverkopers is het verboden om foto’s te nemen. Dan zakken we af naar de Mercado de Colón waar de vroegere versmarkt gevestigd was, en eveneens begin 20ste eeuw gebouwd in een zelfde lyrische Art Nouveau stijl. De hal is aan alle zijden open. Onder dit dak zijn de marktkramen verdwenen en in de plaats zijn er terrasjes, winkels en restaurants gekomen. De hal is omringt door luxe winkelstraten.

De Mercado de Colón.

Hier proeven we het typische Valenciaans drankje ‘horchata’. Horchata wordt gemaakt van geperste aardamandelen, water en suiker. De aardamandelen zijn de knollen van de chufaplant. Het doet een beetje denken aan moedermelk, als mijn herinnering mij niet in de steek laat. Het zou goed zijn voor de spijsvertering en een gezond alternatief voor de energiedrankjes. Gelukkig laat dit melkachtige drankje zich perfect doorspoelen met ‘Agua de Valencia’. Dat betekent letterlijk ‘Valenciaans water’. Water is het enige ingrediënt dat in deze cocktail van recente datum niet voorkomt. Je treft er wel sinaasappelsap, wodka, cava, gin en suiker in aan.


En zo valt er nog veel meer te proeven en ontdekken in Valencia. We begrijpen nu waar de uitspraak van de havenkapitein op slaat: ,, Zeilers komen naar de jachthaven voor een dag, een week, een maand. ..” Alle merkwaardigheden van Valencia te proeven en te bekijken vergen echt wel wat tijd.